De meeste zelfklevende tapes bestaan uit een drager en een lijmlaag. Extra lagen kunnen bescherming, versterking of grip toevoegen. Wie tape kiest, kijkt daarom naar de complete opbouw: die bepaalt hoe de tape hecht, zich laat verwerken en zich gedraagt tijdens gebruik.
De onderdelen van tape
De drager geeft tape zijn vorm en mechanische eigenschappen. Denk aan een folie, papier, weefsel, schuim of een andere materiaalconstructie. De drager beïnvloedt onder meer de soepelheid, scheurbaarheid, rek en manier van aanbrengen.
De lijmlaag maakt contact met de ondergrond en houdt de tape op zijn plaats. De formulering en laagopbouw bepalen hoe snel de tape pakt, hoe de hechting zich ontwikkelt en hoe de verbinding reageert op belasting.
Sommige tapes hebben een liner: een verwijderbare beschermlaag die de lijm afdekt tot het moment van gebruik. Dit komt veel voor bij dubbelzijdige tape en transfer tape. Versterkingsdraden, een schuimkern of een stroef oppervlak voegen bij speciale tapes een extra functie toe.
Enkelzijdige, dubbelzijdige en transfer tape
Bij enkelzijdige tape bevindt de lijmlaag zich aan één kant van de drager. Dit is de bekende opbouw van bijvoorbeeld verpakkingstape, masking tape en ducttape.
Dubbelzijdige tape heeft aan beide zijden een kleeflaag. De liner beschermt de lijm tijdens opslag en helpt bij het positioneren. De keuze hangt af van de materialen, de gewenste verbinding en de manier van monteren.
Transfertape bestaat uit een lijmlaag op een verwijderbare liner, zonder zelfstandige drager. Dit maakt dunne verbindingen mogelijk die de vorm van een oppervlak volgen. De lijmlaag krijgt bij het aanbrengen steun van het materiaal waarop u de tape plakt.
Zelfvulkaniserende tape
Zelfvulkaniserende of zelfamalgamerende tape kan zonder afzonderlijke lijmlaag zijn opgebouwd. Bij het omwikkelen verbinden de overlappende lagen zich met elkaar. Deze constructie vraagt om de bijbehorende verwerking, waaronder de voorgeschreven rek en overlap.
Wat betekent de dikte van tape?
De totale dikte beschrijft de complete tapeopbouw. Afhankelijk van de productconstructie bestaat die uit de drager en lijm, en soms ook uit een extra laag. Een waarde voor alleen de drager is dus iets anders dan de totale dikte. Een verwijderbare liner of schutlaag hoort doorgaans niet bij de opgegeven tapedikte; de meetdefinitie maakt duidelijk welke lagen zijn meegemeten.
Dikte wordt vaak uitgedrukt in micrometer (µm). Eén micrometer is 0,001 millimeter. Een tape van 50 µm is daarmee 0,05 mm dik. Bij speciale tapes, zoals antisliptape met een korrelige toplaag, kan de totale constructie aanzienlijk dikker zijn.
Een dikkere tape is niet automatisch sterker of beter. De toepassing bepaalt welke combinatie van drager, lijmlaag en dikte geschikt is. Voor een verpakking spelen bijvoorbeeld sluiting en verwerkingssnelheid mee; voor montage zijn ondergrond, belasting en verbinding bepalend.
Dikte vergelijken
Vergelijk diktes op basis van dezelfde meetdefinitie: totale tape, drager of lijmlaag. Ook de meetmethode en eventuele meetgrenzen horen bij de waarde. Zo voorkomt u dat twee verschillende grootheden als één-op-één vergelijkbaar worden beschouwd.
Een lijmgewicht in g/m² geeft de massa lijm per oppervlak weer. Dat is geen diktemaat. De omrekening naar een laagdikte hangt onder meer af van de dichtheid van het materiaal.
De juiste opbouw voor uw toepassing
Van Loenhout Products helpt u de opbouw af te stemmen op het doel, de ondergrond en de manier van verwerken. Daarbij kijken we naar de drager, lijmsoort, afmetingen en belasting als één geheel. Voor een afwijkende behoefte bespreken we ook een andere constructie of uitvoering op maat.